Ik adem een verwaaide wietlucht in terwijl ik de Nieuwe Binnenweg af fiets op weg naar de statige Henegouwerlaan. Daar in het mooie parkje bij het water geniet ik van mijn vrije middag en mijmer even over mijn eerste weken in Rotterdam. Om mij heen spelen een paar Kaapverdiaanse kinderen op het gras bij het water. Ze komen even een praatje maken. Danisha, Jony, Jayden heten ze. Verderop zit oma, gehuld in een turkoois huispak. Het zit net iets te strak; zelfs op afstand kan ik de contouren van haar onderbroek zien. “Mijn ouders zijn gescheiden,” vertelt één van hen openhartig. “Eerst woonde mama bij papa maar nu heeft ze een nieuwe vriend.” Het verbaast me niet; in de wijk waar ik woon zijn scheidingen bijna vanzelfsprekender dan goedlopende huwelijken. De vrolijke meiden in de statige laan vormen een mooi plaatje van Delfshaven, het stukje Rotterdam waar lange geschiedenis en beweging dwars door elkaar heen lopen. Toeristen bezoeken hier historisch Delfshaven, terwijl de aangrenzende Schiedamseweg, net als de Nieuwe Binnenweg, in minder dan een halve eeuw veranderd is in een wereld in het klein. Hier zijn Surinaamse groentewinkels, Turkse kappers, een Marokkaanse supermarkt en de Nederlandse Albert Heijn elkaars vreedzame buren.
Ik denk terug aan de 4 mei herdenking bij het Grote Visserijplein, ook hier in Delfshaven. Een mengelmoes van voornamelijk Turken en Nederlanders was aanwezig. De Kaapverdiaanse burgemeester van de deelgemeente hield een toespraak over het Vergeten Bombardement. 31 maart 1943, nu precies zeventig jaar geleden, kwamen hier zo’n vierhonderd mensen om het leven toen bommen van de geallieerden, die de havens hadden moeten raken, ongelukkig verwaaiden. Inderdaad; de oude huizen rondom dit plein worden afgewisseld door naoorlogse flats, een zichtbaar teken van de vergeten ramp. Op deze bijeenkomst kwamen geschiedenis en beweging samen. Kaapverdianen, Turken en Nederlanders die samen proberen, zo’n bijeenkomst te houden. Een beetje chaos hoort daar dan ook wel bij.
Is dat niet wat integratie is? Dat je deel wordt van een verhaal van de plek waar je woont. En dat je er op je eigen wijze iets nieuws aan toevoegt. Dat een Turks meisje een gedicht voordraagt over respect voor ouderen, terwijl bejaardenhuizen overlopen van vereenzamende Nederlanders. Je doet mee in al je eigenheid.
Volgens de dogmaticus Berkhof is geloven eigenlijk net zoiets: je plaatst jezelf op een weg die niet per se de jouwe was, maar wel een weg die de jouwe kan worden. “Toe-eigenen” noemt hij dat; je maakt je het verhaal van de Bijbel eigen; het verhaal van God en een volk en daar mag jij dan bij horen. Niet voor niets spreken christenen ook over een komend koninkrijk van God. Leven is dan eigenlijk een voortdurende integratiecursus. En bij integreren is van essentieel belang, zo heb ik onlangs geleerd, dat je niet ‘verkaast’. Verkazen, dat is: assimileren. Je eigenheid kwijtraken. In dat komende koninkrijk van God spreekt niet iedereen hetzelfde jargon. Niks geen verkazing. We zijn op weg naar één geïntegreerd geheel van mensen die hetzelfde verhaal zijn gaan delen. Mooi wordt die toekomst. Een soort Delfshaven extended. Straks in al haar volkomenheid.